Flammkuchen – de knapperige delicatesse uit de Elzas

Flammkuchen – de knapperige delicatesse uit de Elzas Adobe Stock

Flammkuchen – de knapperige delicatesse uit de Elzas

Bij de start van het wijnseizoen, als de eerste jonge wijnen worden geserveerd, is dit klassieke gerecht uit de Elzas een populaire keus bij de wijnfestivals in de streek en in de aangrenzende wijngebieden zoals de Pfalz en Baden.

Een bodem van zo dun mogelijk gerold gistdeeg, belegd met ham, uien en zure room, meer is er eigenlijk niet nodig om dit klassieke gerecht uit de oven te toveren. Vroeger werd de flammkuchen (die in Duitsland ook wel Flammekueche of Hitzkuchen wordt genoemd) meestal vóór het brood gebakken in een houtoven. Zo konden de warmte en vlammen van de nog brandende kolen worden benut (vandaar de naam "Flammkuchen", letterlijk "vlammencake"). Het werd ook makkelijker om de temperatuur van de oven te schatten. Als de flammkuchen snel klaar was, moest de bakker even wachten met het bakken van het brood zodat de oven wat kon afkoelen. Als het langer duurde, wist de bakker dat de oven wat moest worden opgestookt.

Mensen die wat meer willen dan het standaard Elzasser gerecht, kunnen hun eigen beleg kiezen. Schapen- en geitenkaas zijn een geraffineerde toevoeging, en rozemarijnblaadjes, gehakte tomaten (zonder pitjes), olijven of geitenkaas en een beetje honing geven het gerecht een mediterraan tintje. De ham kan worden vervangen door in plakjes gesneden paddenstoelen en wat extra kruiden voor de zure room of kwark. Appels of peren met kaneel zijn het perfecte beleg voor een zoete flammkuchen, en waarom probeert u niet eens aardbeien of rabarber? Het gerecht biedt vrijwel eindeloze mogelijkheden. In het onderstaande recept wordt geen gist gebruikt.

Tekst: Regine Smith-Thyme
 

Flammkuchen
 

4 stukken

2 eetlepels koolzaadolie (30 g), 175 g tarwemeel en wat meel voor het werkblad (witte bloem), 75 g speltmeel, zout, 120 g gewone kwark (40% vet), 120 g crème fraîche, gemalen zwarte peper, (vers gemalen) nootmuskaat, 80 g spek (in dunne plakken), 1 grote ui (150 g, wit of rood), 1 bundeltje bieslook (in kleine rolletjes gesneden); plus: kleeffolie, bakpapier

  1. Klop de olie door 100 ml water. Meng beide soorten meel, 1 kleine eetlepel zout en het olie-watermengsel in een kom met de deeghaken van uw handmixer. Kneed alles stevig met de hand, vorm een bal, wikkel deze in de folie en laat hem 1 uur rusten.
  2. Meng in de tussentijd de kwark en de crème fraîche met de kruiden. Snij de plakjes spek in dunne stroken en de snij uien in kleine stukjes.
  3. Verwarm de oven en twee bakblikken (op niveaus 1 en 3).
  4. Oveninstelling: 250 °C/Ventilator plus.
  5. Verdeel het deeg in 4 porties van elk 95 g. Besprenkel het werkblad met bloem en rol met een keukenroller elke portie tot een 30 cm lange ovalen bodem. De bodem moet heel dun zijn, zodat deze in de oven knapperig wordt. Plaats twee deegbodems op elk blad bakpapier. Verdeel het kwarkmengsel over de 4 deegbodems en spreid het uit, waarbij u een vingerbreedte vanaf de randen vrijlaat. Sprenkel vervolgens de gesneden uien en spekreepjes over het deeg. Plaats de bakpapierbladen met de flammkuchen op de voorverwarmde bakplaten in de oven. Draai de temperatuur omlaag. Instelling: 220 °C/7–9 minuten.
  6. Sprenkel de gesneden bieslook over de gebakken flammkuchen en serveer direct.

Tips:

  • Als u een vochtiger beleg gebruikt, zoals groenten, kunt u de temperatuur beter iets verlagen en de flammkuchen wat langer laten bakken.
  • U kunt de bieslook vervangen door rucola, basilicum, selderij of blaadjes bloedzuring.
  • Handige truc: rol de deegbodems uit, plaats ze afzonderlijk op vellen bakpapier met de juiste maat, wikkel ze in folie en vries ze in. De deegbodems ontdooien in enkele minuten terwijl u de oven voorverwarmt en het beleg toevoegt.